|
|
![]() |
||||||||
PresentatieWerkthema'sInfosAgendaLinksContacten
|
Discussies over moutainbike-pistes - Stand van zaken Hierna vindt u de eerste resultaten van de discussies over moutainbike-pistes, die enerzijds gebaseerd zijn op de conclusies van de vergaderingen van de mountainbike-werkgroep (zie punt 1, voor de belangrijkste problemen en de voorgestelde oplossingen) en anderzijds op huidige stand van het cartografisch werk (zie punt 2).
1.1. Algemene vaststellingen 1) Een eerste vaststelling is dat het aantal moutainbikers daalt. Het Zoniënwoud kampt met een overdaad aan andere gebruikers zodat er weinig ruimte overblijft voor de beoefening van mountainbiking. De mountainbikers zijn vooral Vlamingen en Brusselaars. 2) Twee mountainbike-routes werden reeds overwogen in samenspraak met het BIM (blauwe piste = 5 km en rode piste = 36 km). Ze werden gepubliceerd in twee nummers van het tijdschrift O2 Bikers. Deze routes zijn echter weinig interessant voor mountainbikers en zijn eerder geschikt voor fietswandelingen. 3) Men dient een onderscheid te maken tussen twee soorten gebruikers, verwijzend naar het onderscheid gemaakt in het onlangs goedgekeurde beheersplan van het Zoniënwoud, namelijk de "sportieve moutainbikers" en de "moutainbikers-wandelaars". Deze twee categorieën van moutainbikers maken samen 12% uit van de gebruikers. 4) De bekledingen (aarde, dolomiet, asfalt, lavaliet, zand voor de ruiterspaden) werden geïdentificeerd als doorslaggevende elementen die een groot belang hebben, in functie van de toepassing. Bij de keuze van de bekleding dient rekening te worden gehouden met afwatering, doorlaatbaarheid, vergaren van water en invloed op de biodiversiteit. Zie werkdocument over bekledingen.
1.2. Specifieke vaststellingen
2) Synthese van het cartografische onderzoek en voorstellen a) In continuïteit met de piste in het Vlaamse Gewest, die uitkomt bij de brug van de Bundersdreef onder de spoorweg, is het Kwekerijpad voor de mountainbikers een interessante as die op het ogenblik toegestaan is. Met deze as kan de route worden uitgebreid tot de Bezemhoek en kan de vorming van een lus overwogen worden. Hij zou dus moeten worden behouden en aangegeven als bruikbaar traject voor mountainbikers (een beperking van het voetgangersverkeer kan overwogen worden). b) Het Kwekerijpad bevindt zich echter in een zone die in het beheersplan aangegeven is als "integraal reservaat". Er dient dus eerst te worden nagegaan of de doorgang van mountainbikes in overeenstemming is met het statuut en de doelstellingen (bescherming van de reeën, ) voorzien voor een dergelijke zone indien bevestigd door de beheerder. Op dit vlak zijn de meningen van de deelnemers verdeeld: sommigen vinden dat de doorgang van mountainbikers geen problemen zou stellen t.o.v. de doelstellingen voorzien voor een zone van "integraal reservaat", anderen (Jacques Sténuit, de Liga van Vrienden van het Zoniënwoud) willen eerder voorzichtig te werk gaan en mountainbikers uitsluiten. Indien de huidige toelating voor mountainbikers van kracht blijft, zou op middellange termijn een evaluatie moeten plaatsvinden m.b.t. het project van "integraal reservaat". Indien het Kwekerijpad zou worden afgesloten, moeten alternatieve trajecten worden overwogen langs de Terhulpsesteenweg en/of de spoorweg. c) Aan de overzijde van de Terhulpsesteenweg, zou het Eikendalpad en zijn (piraat)verlenging langs de steenweg totaan het Rondpunt perfect geschikt zijn voor mountainbiking (op het ogenblik niet toegestaan). Voordeel is dat deze weg weinig gebruikt wordt door voetgangers, dichtbij de Terhulpsesteenweg ligt en dat de zones bij het Meibloemenpad en het Merelpad dan rustiger zouden zijn (minder risico niet toegestaan mountainbikers-verkeer in die zones). Zo zou een verbinding tot stand komen met de bruikbare gedeelten van de Damensrustdreef. Het openstellen van dit wegdeel voor moutainbikers roept tijdens de vergadering geen bezwaren op. d) De pistes parallel met de Hendrickxdreef en de Welriekende dreef zijn op het ogenblik niet aantrekkelijk voor moutainbiking. Hun specifieke toepassing zou kunnen worden verbeterd mits geringe aanpassingen, met een lage kostprijs maar aangepast aan de wensen van de mountainbikers. Inderdaad, de dreven zijn ook toegankelijk voor fietsers en de "familiale" fietsers zouden dus geen nadeel ondervinden als de parallele piste voor de mountainbikers zou worden opengesteld. Ook voor deze maatregel zijn opvolging en evaluatie wenselijk. e) Op de piste (nu op de NGI-kaart voorbehouden voor fietsers) die de Welriekende dreef verbindt met de Drieborrendreef zou ook de voorkeur kunnen worden gegeven aan mountainbikers. f) In de zone van Rood Klooster is het moeilijk om nieuwe wegen open te stellen voor mountainbikers. Het huidige aanbod is echter reeds interessant en wordt veel gebruikt door de sportbeoefenaars van BLOSO/ADEPS. Men zou kunnen overwegen om met aangepast materiaal een kleine meer technische zone te creëren, in de stijl van de lussen rond zandhopen als gevolg van bepaalde punctuele werven in het bos. g) In de zone van de Verdronken Kinderen, zou de Graafdreef tot de Infantedreef (nu voorbehouden voor voetgangers maar minder door hen gebruikt dan de Tumuliweg), een interessant traject zijn voor mountainbikers. De verbinding met de Hoefijzerweg zou op het terrein moeten worden nagegaan. h) Er zou op het terrein moeten worden nagegaan of het interessant is om tussen de Vossendreef, de Renbaanlaan en Reservoirweg een kort weggedeelte open te stellen (donderdag 08/05 om 12h15). i) Tenslotte dient ook ter plaatse te worden nagegaan, of evenwijdig aan de ruiterspiste en aan het nieuwe voetpad ook een moutainbikerpiste zou kunnen worden opgezet, zonder teveel invloed op het bos, als verbinding tussen Hoefijzerweg en Tweebergenweg. j) Er wordt ook nogmaals benadrukt, dat de schade veroorzaakt door mountainbikers aanzienlijker is wanneer het gaat om grote groepen. De andere gebruikers zouden op de hoogte kunnen gesteld worden van het traject gebruikt door deze groepen door middel van verwittigingsborden bij de bosingangen, teneinde conflicten te vermijden. Een duidelijk standpunt i.v.m. deze verschillende items zou de beperkingen kunnen opheffen die nu rusten op de aanleg van punctuele of permanente routes (te bestuderen) op basis van de toegestane routes in het Brusselse deel van het Zoniënwoud en in continuïteit met de andere regios. Het is ook de bedoeling om de huidige druk te verminderen van mountainbikers op sluikwegen of op wegen waar ze officieel geen toegang toe hebben. Vervolgens wordt de kaart bestudeerd, gegeven door de beheerder van Filip Sport, waarop de trajecten aangestipt zijn die een tiental jaren geleden aan ir. Xavier Lejeune werden voorgesteld. Op deze kaarten staan meer niet toegestane weggedeelten aangegeven dan onderstaande voorstellen, namelijk de Varensweg, die blijkbaar moeilijk open te stellen is voor mountaibikers, en de Caudaalweg, misschien minder problematisch maar na te gaan op het terrein. NB. Aangezien het Platform niet beschikt over de instrumenten om kaarten te reproduceren, zullen de originele kaarten enkel tijdens de vergaderingen kunnen worden geraadpleegd.
|