Verslag van de vergadering "impact biodiversiteit" betreffende het project van aanleg tot vier sporen van de spoorlijn 161 van de NMBS van 2 september 2002
Waar: VZW Zonnebloem, Terhulpsesteenweg 199 , 1170 Brussel.
Aanwezig : 9 aanwezigen, 9 deelnemers verontschuldigd.
Agenda :
Nog vast te leggen: vergadering " mobiliteit / NMBS ", " erfgoed / NMBS ", " gemeenschappelijke waarden ".
Woensdag 18.09 om 20u : Sensibilisering, Educatie, Informatie (Zonnebloem)
Woensdag 9.10 om 20u : Sensibilisering, Educatie, Informatie
(Zonnebloem)
1.
Nadat elke deelnemer zich heeft voorgesteld, legt Machteld
Gryseels het historisch overzicht van het project uit en haar complexiteit
vanuit het oogpunt van het BIM.De eerste contacten met het NMBS waren vooral
aangenomen om de invloed op het woud te beperken en de verbindingen tussen
de blokken van het woud, eventueel door middel van passerelle(s). Er moet
ook rekening gehouden worden met de Terhulpsesteenweg die het woud doorkruist.
Vervolgens heeft het BIM op een extern studiebureau een
beroep gedaan om andere opties te overwegen.
Onder deze voorgesteld door het studiebureau komt de
(her)opening van het dal van Vuylbeek tussen de vallei
en
het park Tournay-Solvay
2.
Goéric dient een lijst van historisch aanwezige
zoogdieren in de Brusselse Regio, die ook opgenomen is op de wabsite van
het Instituut van Natuurwetenschappen .
Machteld verklaart dat er bij het BIM reeds een onderscheid
gemaakt is tussen categorieën van potentieel bedrijgde dieren door
het project van de NMBS.
Deze lijst kan gemakkelijk samengevat worden:
- vleermuizen,
- reeën,
- vossen
- amfibieën,
- hagedis,
- kleine zoogdieren,
- vogelwereld,
- insekten en vlinders
3.
De profielen die door NMBS worden voorzien, zijn te raadplegen
op PC van Mario.
De deelnemers besluiten om zich op de problematiek van
de overtocht van de ree te concentreren, aangezien dee andere aanpassingen
minder probleem vormen.
Momenteel steken de reeën de spoorwegen over en,
ondanks de toenemende drukte op de spoorlijn, lijkt het redelijk om te
overwegen dat zij na voltooiing van de werken nog steeds de vier sporen
oversteken.
Dit op voorwaarde dat de NMBS geen hekken plaatst op
overgangszones.
Volgens de beschikbare informatie zouden de hekken overal
geplaatst worden waar de spoorlijn begrensd wordt met een pad binnen 50m.
In het Zoniënwoud is dit bijna altijd het geval.
Technische aanwijzingen over speciale hekken die voor
de reeën aangepast zijn bevinden zich in de synthese van Sandrine
Godefroid van het ICZO, die in bijlage staat.
Jacques Sténuit vraagt of de overtocht van de
ree aan kalme zones langs het spoorlijn kan gebeuren.
Hij vermeldt ook het voorbeeld van de hekken die langs
de weg Hamme-Mille-Leuven, in het Meerdalwoud, geplaatst zijn.
De zone die open moet blijven voor de overgang van
de reeën, is van de brug van de katten (Van Kermdreef) tot aan Bonniersdreef.
Een ÖÖ is voorien aan km 13,398 en die zou moeten vervangen of door een
spoordijk
aangevuld worden. Voor de viaductdelen wordt hetzelfde voorzien.
Net zoals in de Vlaamse Regio vragen de deelnemers van
het Platform dat er geen verticale muren langs de spoorwegen worden gebouwd.
Die maken de overgang van de dieren nog moeilijker.
Overal waar het hoogteverschil tussen Van Kerm en Bonniers
het toelaat is het aangeraden om de invloed op het woud te verhogen door
de oprichting van een spoordijk geschikt voor
een zone van leiband, die bijvoorbeeld met
gevarieerde inheemse struikgewassen beplant kan worden.
Bijzondere maatregelen moeten genomen worden om botsingen
te beperken.
Mario vraagt om reflectoren te plaatsen langs de spoorweg
die door de treinen verlicht worden.
Dit zou eveneens denkbaar zijn langs de Terhulpsesteenweg.
De discussie over de reeën zou natuurlijk verdiept moeten worden. De andere aanwezige diersoorten in het Zoniënwoud, die ook door het project van het NMBS zullen getroffen worden, moeten eveneens besproken worden.
4.
De problematiek van drainage en evacuatie van de verzamelde
wateren van het waterdichte nieuwe platform werd ook tijdens de voorstelling
van de NMBS aangehaald. Francis Tillemans stelde voor (cfr http://) om
deze wateren naar de droge vijver te leiden. Bij deze hypothese zijn Sandrine
Godefroid en de andere aanwezige deelnemers van mening dat de kwaliteit
van verzamelde wateren en het effect op het hydrologische evenwicht tot
de grootste voorzichtigheid moet leiden. Het voorstel wordt niet door het
Platform opgenomen maar zal doorgegeven worden naar het BIM (J-c. Prignon).
Aanwezig : Machteld Gryseels, Mario Ninanne, Michèle Federspiel, Anne Franklin, Sandrine Godefroid, Jacques Sténuit, Francis Tillemans, Ann van Herzele, Goéric Timmermanns,
Verontschuldigd : Jan Paenhuizen, Patrick Bulteel, Eric De Schrijver, Geoffroy De Schutter, Fernand Humbeek, Patrick Huvenne, Serge Kempeneers, Jean-Christophe Prignon, Willy Verbeke,
-> Opmerkingen over
deze proces verbaal
-> Homepage van Het Participatief
Platform Zonienwoud.